Visie op leren als kader voor de lessen

Op de school waar ik werk hebben wij sinds kort een visie op leren voor leerling en medewerker geformuleerd. Als teamleider ben ik betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan. Gaandeweg ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat je als school iets moet vinden van de manier waarop je wilt dat je leerlingen en collega’s leren. Juist omdat je met mensen – jong en oud – werkt die – als het goed is – elke dag naar school komen om zichzelf te ontwikkelen. Dat hoeven geen lange verhalen te zijn. Wij hebben het als volgt verwoord:

Onze school is erop gericht dat iedere leerling en medewerker met plezier naar school komt en zich veilig en gewaardeerd voelt. Het welzijn van iedere leerling en medewerker is de basis voor goed onderwijs. We zien elkaar als kind van God. Het is ons verlangen een voorbeeld te zijn voor elkaar en voor onze leerlingen. We gaan zo met de ander om, zoals wij wensen dat een ander met ons omgaat. Wij doen hierbij recht aan de eigenheid van de leerling in de lesgroep en de medewerker in zijn team.

Met name het rechtdoen aan eigenheid van iedere leerling en medewerker is wat mij betreft van belang. Ik zeg tegen nieuwe ouders als ik hen rondleid in onze school: “Een groep leerlingen is geen kudde schapen die je op dezelfde manier de zelfde richting instuurt in hetzelfde tempo.” Wanneer je gelooft dat ieder mens uniek is, dan omarm je ook de gedachte dat niet iedereen op dezelfde manier zich ontwikkelt, kennis en vaardigheden eigen maakt en werkt.

Bovenstaande bewoordingen zijn wat mij betreft mooie uitgangspunten als kaders voor het vak dat ik geef: Nederlands. In dit artikel wil ik graag iets laten zien van hoe ik bovenstaand concreet vorm geef tot nu toe. Ik ben nu een poosje bezig mij als docent deze missie en visie zo eigen te maken zodat het terug te zien is in mijn lessen. Nu het schooljaar drie maand bezig is, lijkt dit mij een mooi moment om te reflecteren op de eerste ervaringen die ik heb. Ook om van anderen te horen wat zij meemaken.

Zo ben ik vorig jaar gestart met het lesgeven zonder boek. Ik wil namelijk zelf nadenken over de vraag welke doelen ik met mijn vak nastreef en op welke manier leerlingen in de optimale omstandigheden zijn die doelen te bereiken. Een boek kan niet denken en mijn ervaring met uitgevers is dat die nog te veel old school denken. Op basis van de kerndoelen voor het vak Nederlands, van het SLO, heb ik geprobeerd voor de klassen die ik heb een goed inhoudelijk programma te bedenken. Dit jaar heb ik ook de stap gemaakt door in de derde klas 3 havo/vwo hebben mijn leerlingen ook invloed op de inhoud van de lessen te geven. Zo halen zij geen cijfers meer per onderdeel maar laat ik hen werken aan tien vaardigheden, gebaseerd op de kerndoelen voor het vak Nederlands van het SLO:

  1. Uitdrukkingsvaardigheid
  2. Taalverzorging (grammatica en spelling)
  3. Woordenschat
  4. Leesvaardigheid
  5. Informatievaardigheid
  6. Samenwerken
  7. Presenteren
  8. Literaire ontwikkeling
  9. Planmatig werken
  10. Reflecteren

Leerlingen halen voor deze tien onderdelen gedurende het schooljaar verschillende cijfers. Soms omdat ik wil dat iedereen aan één onderdeel werkt. Zo heeft de hele klas een leestoets gehad als instaptoets met een beoordeling. Die cijfers zijn ingevoerd bij onderdeel 4. Maar leerlingen mogen de komende tijd dan gebruiken om te oefenen voor onderdeel 4 om hun cijfer daarmee op te halen.

Een ander onderdeel is de jaarlijkse CITO-meting die onze school hanteert om het niveau van beheersing van het Nederlands te meten. Leerlingen in 2 havo/vwo krijgen op leesvaardigheid, taalverzorging, woordenschat te zien hoe zij scoren binnen de bandbreedte van hun opleidingsniveau. De afgelopen weken mochten zij een plan schrijven bij mij in de les om een van die gebieden eruit te halen om extra aan te werken. Leerlingen zoeken in sommige gevallen zelf hun oefenmateriaal bij elkaar, bepalen zelf hoe ze dat oefenen afsluiten en op welke van de tien onderdelen ze dit willen laten meetellen (na onderbouwing uiteraard). Maar ik bied het materiaal ook aan via www.cloudschool.org/bertmollema mede met inzet van VO content.

In het voorjaar volgt er een nieuwe CITO-meting waarvan de resultaten meetellen bij de genoemde onderdelen. Zo zijn leerlingen vooraf hun eigen niveau aan het inschatten, werken ze doelgericht aan verbetering en is er een eindmeting om te zien wat die inspanningen hebben opgeleverd. Het is gaaf om te zien hoe betrokken leerlingen raken op hun eigen leerproces wanneer je ze de ruimte geeft.

Ondertussen zijn leerlingen bezig met BLOGs op te stellen om hun leesboekopdrachten en schrijfopdrachten op te publiceren. Zij bepalen (mede) zelf welke van die onderdelen ze laten meetellen.

Ik moet zeggen dat het best een omslag voor mij als docent is omdat het een hele andere manier van werken is. Soms voelt het alsof ik voorheen op 1 bord tegelijk schaakte en nu simultaan. Toch overheerst tevredenheid omdat ik zie en merk dat leerlingen gemotiveerder in mijn lessen bezig zijn. Het leerproces wordt steeds meer iets van hen. Ze weten nu waar ze het voor doen. Een doel behalen, leren van een proces en reflectie daarop is belangrijker dan cijfers scoren. Komend jaar hoop ik de cijfers af te schaffen voor iets formatiefs.

Tot slot, wat gaaf is om te ontdekken dat hoe meer je recht doet aan eigenheid van het individu, des te meer je gemotiveerd raakt die leerling om er SAMEN iets moois van te maken. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen en wens het ook iedere leerling en docent toe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *