Afschaffing artikel 23 bevordert segregatie

Groenlinks wil een einde maken aan de vrijheid van onderwijs door artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs regelt, af te schaffen. Hiervoor hebben de indieners van het wijzigingsvoorstel de volgende argumenten:

  1. Afschaffing leidt tot een striktere scheiding van kerk en staat.
  2. De financiering van ‘religieus’ onderwijs is niet meer van deze tijd en in strijd met de scheiding van kerk en staat.
  3. Het huidige systeem draagt bij aan segregatie.

Dit lijken redelijke argumenten om de discussie rondom het bijzonder onderwijs aan de orde te stellen. Maar wie wat dieper kijkt naar de inhoud ervan, kan daar op zijn minst een aantal flinke vraagtekens bij zetten. Zo zaait het eerste argument op zijn minst twijfel over de striktheid waarmee de scheiding van kerk en staat nu geborgd is. Ik zie in het voorstel geen aanwijzingen die aantonen dat kerk en staat niet voldoende gescheiden zijn. Ik vraag me dan ook af waar de twijfel daaraan bij de initiatiefnemers vandaan komt. Door te stellen dat religieus onderwijs niet meer van deze tijd is, zeg je eigenlijk: het is in 2016 ongeloofwaardig om aan zingeving te doen door een relatie te zoeken in het bestaan van een God en de invloed hiervan op ons dagelijks leven. Oftewel: laten we niet als samenleving onderwijs financieren dat aan zingeving doet die niet past bij onze opvatting hiervan. Daarmee schaf je het bijzonder onderwijs niet af, maar vervang je haar voor onderwijs vanuit een atheïstisch perspectief. Groenlinks noemt dat: ‘openbaar’ onderwijs, maar eigenlijk is het ‘uniform’ onderwijs: laat alle scholen vanuit gelijke visie aankijken tegen onderwijs. Dat is net zo onzinnig als christenen die zouden voorstellen van elke ‘openbare’ school een christelijke te maken, omdat zij ‘toevallig’ wel geloven in zingeving vanuit Bijbels oogpunt. Stelt u zich eens voor dat een partij als de SGP dat zou doen: het land zou te klein zijn… Laat Jesse Klaver mij wetenschappelijk aantonen dat het bestaan van een God voor 100% uit te sluiten valt en hij is wat mij betreft de eerste die de bijl aan de wortel van het christelijk onderwijs mag zetten. In dat opzicht is ook het atheïsme ‘maar’ een overtuiging.

Het laatste argument – angst voor segregatie – is goed te begrijpen gezien de huidige spanningen in onze samenleving . In tijden van onzekerheid zal niemand pleiten voor afzondering van een bevolkingsgroep in onze maatschappij. Alleen werkt zo’n wetsvoorstel averechts. Door als overheid uitsluitend ‘openbaar’ onderwijs te faciliteren, stimuleer je geen vrij denken, maar sluit je zingeving die niet gestoeld is op seculiere idealen, op voorhand uit. Maar daarmee verdwijnt de behoefte om die zingeving vorm te geven niet. Wil je verbindingen in een veelkleurige samenleving, zorg dan dat je als overheid verbindend optreedt in de wijze waarop je verschillende soorten scholen naast elkaar laat bestaan. Ik vraag me af welk beeld de indieners van dit voorstel hebben van het bijzonder onderwijs.

Op de school waar ik zelf werk (christelijk voortgezet onderwijs) zien wij iedere leerling als uniek (gemaakt door God). Wij benaderen onze leerlingen respectvol en behandelen wij hen niet allemaal hetzelfde, juist omdat ze verschillend zijn. We doen dat op een positieve manier; we behandelen hen zoals we zelf behandeld willen worden. Dat is voor mij een kernwaarde van christelijk onderwijs. En ja, er wordt in de lessen soms vanuit een ander perspectief gekeken naar deze wereld dan Groenlinks dat doet. Maar dat betekent toch niet dat niet ook christelijke scholen zich voor de opdracht gesteld zien om op een positieve manier bij te dragen aan de samenleving van de eenentwintigste eeuw? Ik zie geen enkel redelijk argument om daar vanaf te willen, tenzij uit antigodsdienstig motief. Ik heb daar geen waardeoordeel over, maar ben wel oprecht benieuwd wat deze politieke partij hierin drijft. Omdat ik er vanuit ga dat een organisatie als Groenlinks vast meer van haar leden zal vragen dan ‘dat zij de grondslag van de organisatie respecteren.’ Logischerwijs om eenheid in de partij te bewaren en haar idealen te kunnen uitdragen. Zou dat recht op het bewaken van de grondslag en bewaren de eenheid niet voldoende reden moeten zijn om artikel  23 juist met rust te laten? Juist dat lijkt mij nodig in deze tijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *